Hendrik Conscience slachtoffer van Franse handschriftenjager (1855-1856)

“Monsieur, quand vous recevrez cette lettre je n’existerai plus.” Wie laat de zielsnood van een jonge briefschrijver onbeantwoord? Ook Conscience niet. Tussen de brieven uitgegeven door Gilbert Degroote zitten er drie waarin hij uitvoerig levensadvies geeft aan een verder onbekende Franse geadresseerde (bewaard in het Letterenhuis). Conscience viel ten prooi aan de beruchte handschriftenjager Ludovic Picard. Onder valse voorwendsels ontlokte die in de jaren 1850 tientallen brieven aan literaire grootheden  om ze vervolgens te verkopen.

books picard 2

Op 12 augustus 1855 beantwoordt Conscience een brief van een zekere Gabriel Vicaire, een jonge schrijver die om advies vraagt. Hij voelt zich aangesproken “Plus d’une fois dans ma vie j’ai passé par des situations pareilles à la vôtre. » Hij stelt hem gerust. Het is een gevolg van een dichterlijke inborst. «C’est un mal qui prend tous les hommes penseurs de votre age (…) Il ne faut pas avoir peur de cette situation, c’est un signe que Dieu vous a bien doué. » De correspondentie houdt aan. Er bleef een andere brief bewaard van 6 december 1855. Van 4 oktober 1856 dateert een gelijkaardige brief aan een zekere De Soriano. Conscience was er zich niet van bewust dat zijn brieven als snel hun weg vonden naar de handel in handschriften te Parijs. Een aantal sporen ervan vonden we terug. Zo werd de eerste brief in 1863 geveild werd bij Laverdet voor 13 fr., de laatste haalde in 1860 bij Amedée René 6 fr. Enkele andere werden ook geveild aan lagere prijzen. (L’Amateur d’autographes)

 books-picard2

Zowel Gabriel Vicaire als De Soriano waren alter ego’s van ene Ludovic Picard. Onder een van zijn vele schuilnamen schreef hij de literaire grootheden van zijn tijd aan. Conscience was niet de enige. Figuren als Chateaubriant, Lamennais, George Sand, Dumas, Eugène Sue, Jules Janin, Sainte Beuve, Gerard de Nerval en zelfs Charles Dickens gingen op zijn brieven in. De oudst bekende brief, die van Béranger, dateert van december 1844, de laatste van rond 1857. Soms poseerde hij als jonge vrouw die om advies vroeg bij huwelijksproblemen. Een andere keer veinsde hij heftige jaloezie. Proudhon schreef hij aan als ‘ecuyère’. Deze paardrijdsters verzorgden de spektakels in de Hippodrome en hadden een twijfelachtige reputatie. Proudhon gaf de zogenaamde briefschrijfster advies om op het rechte pad te komen en vond zijn brief tot zijn verbijstering in de Gazette de Paris terug. Het meest succes had Picard als ontmoedigd jonge man, vaak schrijver of musicus. Zijn dwingende brieven vol twijfels en zelfmoordgedachten wekten de sympathie op van de ontvangers die vanwege de gevoelige materie vaak hun uiterste best deden om hem via hun brief op andere gedachten te brengen. Op die manier ontving hij tientallen, misschien wel honderden, brieven die hij via de bekende Parijse autografenhandelaar Laverdet onmiddellijk te gelde liet maken. De opbrengst ervan zou hij in de lokale wijnhandels en tavernes gespendeerd hebben. Erg rijk is hij er niet van geworden. Een brief van Proudhon, door hem verkocht aan 3 of 4 fr. was er twintig jaar later 500 fr. waard. Zijn zwendel kwam aan het licht doordat de Franse schrijver Jules Sandeau het beter vond om de jongeman in eigen persoon te gaan opzoeken. Uiteraard ging het ook niet onopgemerkt voorbij dat zo’n groot aantal brieven op dezelfde thema’s in catalogi opdoken. Handelaar Laverdet verdedigde zich door op het belang te wijzen van het feit dat een thema als zelfmoord door een keur aan Europese intellectuelen behandeld werd (L’Illustration 1863).

De anecdote vond zijn weg naar verschillende handboeken en tijdschriften, maar bereikte Conscience zelf wellicht niet. Opvallend toch dat Picard de Vlaamse schrijver als een van de weinige buitenlanders uitkoos voor zijn zwendel. Het voorval illustreert het succes van de Levy-edities die vanaf 1854 op de Franse markt kwamen.

Bibliografie, voor zover niet gelinkt

De brieven van Conscience bevinden zich in het Letterenhuis en worden geciteerd naar Degroote, G. “Brieven van Hendrik Conscience (1835-1883) III”, Handelingen [van de] Koninklijke Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis,  25 (1971), 36-38,39-41 en 44-45.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.