Conscience en copyright (1853): bij een ongekende brief aan een Franse vertaler

Camille BerruVertalingen speelden een belangrijke rol bij de vestiging van Hendrik Consciences reputatie, zowel in binnen- als buitenland. Bij het herzien van mijn stuk over de ontvangst van zijn werk in Engeland en Amerika [zie VMKVA] stootte ik op een nieuwe brief van Conscience uit 1853 in de autografencollectie The Autographic Mirror (1864). Hij is gericht aan een onbekende Franse vertaler uit de entourage van Camille Berru uit wiens collectie het document afkomstig is.

The Autographic Mirror

Het verzamelen van autografen, in de vorm van handschriften en handtekeningen van bekende personen, bestond al langer, maar werd een ware rage in de negentiende eeuw. Passend in de romantische personencultus zag men er een authentieke afspiegeling in van het genie in actie, een uitdrukking van de individualiteit van een bekend persoon. Het fysieke aspect van een handschrift fascineert nog steeds en geeft een gevoel van nabijheid en verbondenheid met het moment van het schrijven en de schrijver. Enigszins verwant ermee zijn opdrachtexemplaren van gedrukte werken of de persoonlijke handtekening van de auteur, waarmee de schrijver het eigendomsrecht van een gedrukt werk opeiste.

books-berruVan zodra de drukpers het toeliet, ontstonden gelithografieerde facsimileuitgaven. Een Belgisch voorbeeld hiervan is de Recueil d’autographes fac-similés lettres, extraits de manuscrits, signatures etc. tirés la plupart de la collection de M. Félix Bogaerts, waarin we o.m. de signatuur van Hendrik Conscience en Ernest Buschmann terugvinden. In Groot-Brittannië bestond er reeds vanaf 1830 een traditie van  gedrukte autografencollecties (zie bv hier en hier), die in de decennia daarna steeds populairder werd.  In 1864 stichtte Alfred Ive het tijdschrift The Autographic Mirror / L’Autographe Cosmopolite (1864-1866). Het verscheen drie keer per maand en bevatte facsimile’s van handschriften van een keur van historische en eigentijdse bekende figuren, telkens voorzien van een korte biografische schets. Het ging om koningen, staatslieden, wetenschappers, kunstenaars en schrijvers uit de hele wereld. De handschriften werden zowel gekopieerd uit publieke collecties (The British Museum, bv) als uit particuliere verzamelingen (o.m. die van de hoofdredacteur). De publicatie was tweetalig Engels-Frans en mikte duidelijk op een internationaal publiek, wat ook blijkt uit de vele uitgeversadressen.

Het tijdschrift is meteen een mooi tijdsdocument en geeft een beeld van grootheden van de jaren 1860, een soort pantheon. Als we de selectie bekijken, dan is de opname van Conscience beslist opmerkelijk. Als schrijver stond hij naast figuren als Shakespeare, Byron, Dickens, Wilkie Collins, Balzac en Victor Hugo. Hij is ook een van de weinige Belgen in de publicatie, een eer die hij deelde met Leopold I en Rubens.

Camille Berru

Het Consciencehandschrift vinden we terug op p.83 van de eerste jaargang en is afkomstig uit de collectie van Camille Berru (1817?-1878), die ook andere handschriften leverde. Misschien fungeerde hij als correspondent en was hij ook verantwoordelijk voor de biografische notitie. De Franse tekst is duidelijk de oorspronkelijke. De Engelse vertaling is erg onnauwkeurig. We kennen Berru vooral als vriend en correspondent van Victor Hugo. Twee van hun brieven doken onlangs op in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Beide waren betrokken bij de republikeinse krant L’Evénement, die zich verzette tegen het tweede Franse keizerrijk. Vluchtend voor deportatie naar het Algerijnse Cayenne koos hij in december 1851 voor vrijwillige ballingschap in Brussel. Charles Hugo, zoon van Victor, schreef een korte levensbeschrijving van zijn vriend Berru. Na een moeizame start, waarin hij aan de kost kwam als leraar Frans, zwemleraar, wapenhandelaar en auteur van een roman A la recherche de Louis, belandde hij uiteindelijk op de redactie van de krant L’Independance Belge, waar hij opklom tot redactiesecretaris. Zijn vrouw kopieerde de handschriften van Alexandre Dumas, die te Brussel verbleef, schreef modeartikels voor een Antwerpse krant en werkte thuis als letterzetter voor de uitgever Lebègue. In de jaren 1851-1856 had Berru een theatertijdschrift. Hij schreef ook enkele vaudevilles. Een ervan leverde hem een maand cel op. Na zijn dood verscheen een postuum werk Le Revers d’une médaille bij de notoire uitgever Kistemaeckers. Ondanks zijn pover bestaan was zijn huis de trefplaats voor vele Republikeinse bannelingen en vrienden als Rochefort, Bürger, Bancel of Victor Hugo. Hij bewaarde hun brieven zorgvuldig en verzamelde ook memorabilia, waarvan hij de echtheid liet attesteren. Na zijn dood in 1878 werd zijn nalatenschap verkocht. Het betrof o.m. een strooien hoed die Victor Hugo droeg te Brussel. (zie het verslag in het Rotterdamsch Nieuwsblad).

De brief

 

Anvers, le 19 Aout 1853

Monsieur,

Mr. Van Dieren, mon éditeur, avait bien fait remettre chez moi votre bienveillante lettre du 10 de ce mois; mais ce n’est qu’après mon retour d’Ostende que j’en ai pris connaissance.

Vous me demandez mon consentement pour une traduction française que vous proposez de faire de l’un de mes récits De Arme Edelman. Votre projet m’honore et je vous remercie de ce que vous jugez mes modestes essais dignes de votre attention à ce point.

Cependant je dois vous faire la même réponse qu’à d’autres personnes qui m’adressent des demandes analogues. Je n’ai encore jamais refusé mon assentiment à aucun projet de traduction de mes ouvrages à personne, [que?] jusqu’à ce que je prenne d’autres engagements à ce regard, c’est comme si je donnais d’avance mon assentiment à tout projet de ce genre.

Cette conduite m’est precrite par la prudence; il arrive souvent que deux ou trois traductions de l’un de mes ouvrages paraissent en même temps. Les traducteurs s’en prennent assez souvent à moi de cette concurrence. Je ne vois pas d’autre moyen d’échapper à ce désagrément que de ne donner de privilège à personne.

Je vous donne ces détails parce que j’ai été informé depuis trois mois que Mr. Leon Wocquier, professeur agrégé de l’université de Gand, se propose de donner une traduction du Gentilhomme pauvre dans la Revue des deux mondes de Paris. Je ne sais où en est ce travail, mais peut-être que ce renseignement est de nature à vous faire renoncer à votre projet. Sans doute, il ne peut être que très avantageux pour moi que mes ouvrages soient traduits plusieurs fois; mais je ne voudrais pas que vous puissiez m’accuser de vous avoir caché le projet de Mr. Wocquier.

En tout cas vous n’avez nullement besoin de l’assentiment de l’auteur pour publier en d’autres pays des traductions de ses ouvrages.

Vous témoignant de nouveau ma reconnaissance de votre sympathique attention, j’ai l’honneur de me nommer

Votre très humble & très obligeant serviteur,

Conscience

 Context van de Franse vertalingen van Conscience

Hoewel er aangenomen wordt dat de meeste brieven uit zijn nalatenschap aan Berru zelf gericht waren, hebben we hierover geen zekerheid. Ook valt niet uit de brief af te leiden of het om een intra-nationale of een internationale vertaling ging. Toch ben ik geneigd hem in te passen de Franco-Belgische connectie die ontstond naar aanleiding van het verblijf van de Franse bannelingen te Brussel. Laten we alles op een rijtje zetten:

  • Medio december 1851 vluchten Berru en Dumas uit Frankrijk. Er is een duidelijk verband tussen beide: Berru maakt deel uit van de Brusselse kennissenkring van Dumas. Zijn echtgenote krijgt werk als secretaresse voor Dumas.
  • Op dat ogenblik is er een piek in de Frans-Belgische vertalingen. Eind 1851 verschijnt de zelfstandige uitgave van de Loteling-vertaling door de Brusselse flamingant Edouard Van der Plassche. Paul Bouquié-Lefèvre, financier van Victor Hugo, brengt het werk onder de aandacht van Dumas
    • = Versie Le Mousquetaire 01/01/1854, Causerie later opgenomen in Bric-a Brac;
    • in Le Pays 05/07/1853, hernomen in de Revue de Paris beweerde hij dat André Van Hasselt enkele hoofdstukken voor hem vertaalde op vraag van Charles Hen die hem de roman gesignaleerd had.
  • Eind januari – begin februari 1852 verzoekt Bouquié Conscience om Ce Qu’une mère peut souffrir te vertalen. Conscience voelt zich gevleid en geeft hem toestemming (05/02/1852). Bouquié was vermoedelijk een tussenpersoon. Er komt geen vertaling van zijn hand in 1852-1853, wel enkele vertalingen door Edmond Olivier uit Doornik.
  • Van 26 februari tot 7 april 1852 verschijnt Conscience L’Innocent, Dumas’ adaptatie van De Loteling als feuilleton in Le Pays onder de titel Dieu et Diable, gevolgd door een zelfstandige uitgave bij Méline. In het voorwoord vermeldt hij de toestemming van Hendrik Conscience.
  • 03/05/1852 Conscience beklaagt zich bij zijn Duitse vertaler Arenz over het plagiaat van Dumas, verwijst o.m. naar een brief in L’Observateur
  • In het voorjaar van 1853 vat Léon Wocquier het plan op om Conscience te vertalen voor het Franse Le Revue des Deux Mondes. Er verschijnt een aankondiging in L’Emancipation 06/03/1853. Berru’s brief verwijst naar dit initiatief.
  • Naar aanleiding van de vertaling van De Boerenkrijg door Jean Stecher, krijgt Consciences werk in augustus 1853 opnieuw aandacht in het Revue des deux mondes
  • 19 augustus 1853: brief Berru: Conscience aan Franse vertaler ivm Le Gentilhomme Pauvre
  • Nadat hij teruggekeerd is naar Frankrijk sticht Dumas Le Mousquetaire. Vanaf december verschijnen 4 vertalingen van Conscience als feuilleton (overzicht met de volledige teksten)
    24-12-27/12/1853 Rose l’aveugle (vert. Edmond Olivier)
    29/12-30/12/1853 Ce Qu’une mère peut souffrir (vert. Edmond Olivier)
    04/01-11-01/1854 Françoise de Roosemael (vert. Edmond Olivier)
    19/01-31-01/1854 Le Conscrit (vert.
    Edouard Van der Plassche)
    Op 11 januari 1854 meldt Dumas dat hij met Edmond Olivier een overeenkomst heeft voor de vertaling van Le pauvre Gentilhomme
  • 15/01/1854: Wocquiers vertaling van Le Gentilhomme pauvre verschijnt in La Revue de deux mondes.

De brief komt dus net na het artikel in Revue des deux mondes en net voor de publicatiereeks in Le Mousquetaire. Dit laat nog een aantal pistes open: Het zou kunnen gaan om een zelfstandige vraag, al dan niet gevoed door de de interesse van het Revue des deux mondes. Misschien is de brief in te passen in de Dumas-saga. In elk geval moet de correspondent van Conscience dicht bij Berru gestaan hebben, zo het hem zelf niet was.

Conscience en copyright

De ommezwaai die Conscience maakt van augustus 1853 naar het contract met Levy in januari 1854 is bijzonder interessant. In Berru’s brief haalt Conscience twee argumenten aan:

  1. Hij maakt het onderscheid tussen intranationale vertalingen en internationale vertalingen. Gezien het auteursrecht op dat ogenblik een nationale kwestie is, is zijn toestemming enkel noodzakelijk voor België.
  2. Gekoppeld daaraan streeft hij niet naar exclusiviteit. Integendeel is hij van mening dat hij belang heeft bij het feit dat zijn werk verspreid wordt via zoveel mogelijk vertalingen. Het aantal vertalingen (eerder dan de oplages) speelt immers een belangrijke rol in de opbouw van zijn reputatie. Een typisch voorbeeld van deze rethoriek vinden we in de L’Emancipation: “Van den Boerenkryg zijn reeds vijf of zes Fransche en niet minder dan veertien Duitsche vertalingen verschenen of aangekondigd”.  Buitenlands succes, kwantitatief gemeten, heeft voor Conscience op dat ogenblik vooral te maken met symbolisch kapitaal, eerder dan financieel belang.

Dat verandert begin 1854, wanneer het auteursrechtelijk verdrag dat Frankrijk met België afsloot in 1852 zijn wettelijke vertaling vindt. Vanaf dat ogenblik wordt het voor Conscience mogelijk om zijn rechten in Frankrijk te vrijwaren. Eind januari moet Dumas zijn Conscience-reeks in Le Mousquetaire staken. Ook de aangekondigde vertaling van De arme edelman komt er niet, omdat Conscience inmiddels een exclusiviteitscontract afgesloten heeft met vertaler Léon Wocquier (12/01/1854) en de Franse uitgever Michel Lévy frères (19-20/01/1854). Meteen vervalt het onderscheid tussen intranationale vertalingen en internationale. De contracten betreffen immers een exclusiviteit voor alle Franse vertalingen, ook voor het Belgisch grondgebied. Dit gegeven wordt ook bevestigd in Consciences rechtstreekse contract met zijn uitgever Van Dieren. [D’Hulst 2013].

Bibliografie (voor zover niet gelinkt)

Voor de briefwisseling met Wocquier en Boucquié zie Degroote, G. (1966-1984). ‘Onuitgegeven en weinig gekende brieven van Hendrik Conscience’. Handelingen van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, 20 (1966): 99-127; 21 (1967): 109-233; 25 (1971): 5-91; 28 (1974): 10-48; 37 (1983): 49-95; 38 (1984): 19-38. en Degroote, G. & De Schuyter, J. ([1953]). Hendrik Conscience en zijn uitgevers. Brussel/Amsterdam/Antwerpen: Elsevier/Van Dieren.

Wat de Franse receptie betreft, zie vooral:

José Lambert (1980) ‘De verspreiding van Nederlandse literatuur in Frankrijk : enkele beschouwingen’. Ons erfdeel, 23 (1980), 1: 74-86. [Online via DBNL]

Lieven D’hulst (2013). ‘Over de negentiende-eeuwse Belgische en Franse vertalingen van Consciences verhalend proza’. Verslagen & Mededelingen van de KANTL, 123 (2013), 2-3: 249-272. [Online via VMKVA]

Kim Andringa (2013). ‘Grote scheppen zoete broodpap: de receptie van Hendrik Conscience in Frankrijk’. Verslagen & Mededelingen van de KANTL, 123 (2013) 2-3: 273-296. [Online via VMKVA]

Aan te vullen met: Claude Schopp (2009). ‘Dumas champêtre aussi: Conscience l’innocent’. In:  Lídia Anoll (ed.) George Sand La Dame de Nohant ; Les romans champêtres. Lleida : Edicions de la Universitat de Lleida (2009): 173-182 [hier online]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.