Johan Alfried De Laet werd 200 jaar geleden geboren, op 13 december 1815. Uitgesproken van karakter, belichaamde hij als geen ander de contradicties van zijn tijd. De geschiedenis heeft hem niet altijd mild beoordeeld. Vaak nam men daarbij ongenuanceerd het negentiende eeuwse discours over van zijn tegenstanders. Ik neem me voor het ideologisch parcours van De Laet bij gelegenheid grondiger te behandelen, maar als voorproefje ter gelegenheid van zijn jubileum alvast deze ingezonden brief uit 1865. De Brugse krant l’Impartial de Bruges daagde hem uit om zijn roman Het Huis van Wesenbeke (1842) opnieuw uit te geven. Deze journalistieke aanval kwam ook in de Antwerpse Le Précurseur terecht, wat de aanleiding vormde voor zijn ingezonden brief. Ik vond hem terug in het bevriende blad Het Handelsblad (23/11/1865) via BelgicaPress. Bijna vijftig intussen en inmiddels ex-schrijver blikt hij terug op zijn roman, die hij ook ideologisch tracht te verantwoorden. Een pleidooi pro domo.

Achtergrond

In 1842 verscheen van J.A. De Laet de historische roman Het Huis van Wesenbeke. Het verhaal volgde het spoor van In ’t Wonderjaer en speelt zich af in het Antwerpen van net na de Beeldenstorm (1567-1568). Het nationale thema van de vrijheidsstrijd tegen Spanje wordt er uitgewerkt via het motief van de bruidskeuze. De jonge geus Norbrecht van Wesenbeke laat zijn Vlaamse verloofde Anna in de steek voor de Spaanse femme fatale Susannah da Candore. Na een kort herstel wordt hij voor het altaar door de Spaanse verraden om vervolgens met zijn familie op de brandstapel te belanden. De genese van het werk was te situeren in de maanden voor de kiesstrijd van 1841, waarvoor De Laet verschillende liberale pamfletten zou geschreven hebben. De partijstrijd maakt zich van het werk meester. Floris Prims vond net als Kanunnik David dat de wreedheid en de trouweloosheid die hier de geestelijken en de verdedigers van het katholiek geloof in Alva’s tijd werden toegedicht, alles overtroffen wat tot dan toe was uitgedacht door de antiklerikale romantiekers (Antwerpiensia, XIX, 1948, p.317.).

Kroongetuige van Floris Prims was Lodewijk Torfs, die net als andere liberale tegenstanders van De Laet er tegenstrijdigheden in ontdekte met zijn politiek handelen na 1845. Men sprak van een opportunistische bekering, die beloond werd met de overheidsopdracht om samen met Alphonse Belpaire een geschiedenis van de openbare werken in België te schrijven. Jarenlang, ook in de kiesstrijd van 1864-1865, werd de roman opgerakeld. Een van de personages in de roman noemde de katholieke kerk een “Roomsche Sodoma”. De Laet werd bijgevolg verweten dat hij de kerk een Rooms Sodoma genoemd had en nu als katholieke kandidaat opkwam voor de Meetingpartij. Ook de Brugse krant L’Impartial de Bruges mengde zich in het debat:

Gij weet dat die verkorene van de antwerpsche geestelijkheid, niet altoos zijne huidige gevoelens heeft gedeeld. Reeds vele jaren gelden, schreef M. de Laet, toen een hevig liberaal, een vlaamsch roman, ’t Huis van Wezenbeek. In dat boek, hetwelk, ik moet het bekennen, niet zonder waarde is, worden het protestantismus en de vrije gedachte (of vrijdenkerij) aangepredikt, ten koste der roomsche orthodoxie. (vertaling Handelsblad).

De Laet werd bij monde van een Gents correspondent uitgedaagd zijn roman naar het Frans te laten vertalen. De Gentenaar beweerde De Laet te hebben aangeschreven, die hem dit geweigerd had onder dreiging van een rechtszaak. Dat de aanval uit Brugge kwam, was geen toeval omdat De Laet er persoonlijk de kandidaten van de Brugse Broederbond was gaan steunen. Zo had hij de herverkiezing van Paul Devaux voorkomen. Nadat de aanval overgenomen werd door het Antwerpse liberale blad Le Précurseur, stuurde hij hen een ingezonden brief, die uiteindelijk in Het Handelsblad gepubliceerd werd.

Antwerpen, 19 november 1865

Mijnheer,

Dikwijls werd ik door u met eenen aanval vereerd en zelden neem ik de gelegendheid te baat om u met mijne proza lastig te vallen. Om zoo gematigd te werk te gaan, heb ik menigvuldige redens, welke ik alle voor uitmuntend houde en waarvan eene enkele volstaat om mij er toe te doen besluiten, nooit op de aanvallen der drukpers te antwoorden. Trouwens, wie eens eene beweering der drukpers heeft gelogenstraft, blijft ertoe gedwongen voortaan elken aanval af te weeren, tenzij hij zijn stilzwijgen, als een bewijs ten zijnen laste, wil zien inroepen. Nu ben ik noch verwaand noch ootmoedig genoeg om te denken, dat het publiek niets beters te doen heeft dan zich met mijnen persoon te bemoeien en ik, van mijnen kant, mijnen tijd aan niets beters te besteden heb, dan aan eenen onophoudend geharrewar met de dagbladen.

En nogtans, Mijnheer, kom ik u heden verzoeken, mij uwe kolommen ten dienste te stellen en dit wel ter oorzake van een artikel dat, erg genoeg voor mij, zelfs niet van uwe gewone redaktie is uitgegaan.

Ter verschooning, Mijnheer, kan ik u zeggen dat ik op bedoeld artikel niet wil antwoorden, noch er eenig bezwaar denk tegen in te brengen; wat ik van u verlang is dood eenvoudig, eene reklaam: Ik vraag eenen vertaler voor het huis van Wesenbeke.

De gentsche korrespondent van l’Impartial de Bruges, wiens schrijven door u werd overgenomen, verzekert dat die “zonde mijner jeugd” niet zonder waarde is. Deze toegevendheid geldt enkel de zonde naar ik vermoed, want ik heb geen zoo gunstig gevoelen over de litterarische waarde van het boekdeel en vele moeten daarover denken zoo als ik, vermits er tot hiertoe niemand is opgetreden, noch te Gent noch elders, om mij met een aanbod van vertaling in ’t fransch te vereeren. Tot mijne diepe spijt, Mijnheer, heb ik een dergelijk aanbod nooit op los papier, noch min op verzegeld papier mogen van de hand wijzen, en ware dat van wege eenen ernstigen schrijver gedaan geworden, dan had ik den man gereedelijk op zijn woord gevat.

Gedoog dat ik u hier met het waarom ervan bekend make. Het huis van Wesenbeke, over zoo wat meer dan vijf-en-twintig jaar uitgegeven, werd op niet meer dan 500 exemplaren gedrukt en de uitgave geraakte spoedig genoeg aan de man om binnen het jaar uitgeput te zijn. Sedert lang wordt het boekdeeltje, omdat het zelden voorkomt, tegen buitengewoon hooge prijzen verkocht.

Meer dan eens, ik beken het, ben ik er op bedacht geweest, het op nieuw in ’t licht te brengen. Mijn intrest dreef mij tot deze kleine boekhandels-operatie, mijne eigenliefde heeft er mij tegen verzet. Om van deze letterproef eene nieuwe uitgave te doen, had ik die behoeven te hertoetsen, zoo wat overal wat de vorm betreft, en op meer dan eene plaats wat aangaat de historische feiten. De vorm, naar mijn inzien, dient hier en daar gesnoeid te worden en de taal gezuiverd; de historische feiten zijn sedert vijf-en-twintig jaar, in verschillige richtingen nagevorscht met ernst en kunde, en, gewetensvol schrijver, zou ik af te rekenen hebben met menige nieuwe ontdekking. [noot 1: Men herleze namelijk Motley en de Cavrinnes]

Mogelijk echter zou ik mij dezen arbeid getroost hebben, had de geringste verandering, toegebragt aan den oorspronkelijken tekst, ja, eene loutere wijziging in den vorm, mij niet blootgesteld voor aanvallen waarbij eene lange ondervinding in het litterarisch en bijzonder in het politisch leven mij niet dan al te zeer, eilaas! ertoe in rechte gesteld, de eerlijkheid van den aanvaller verdacht te houden.

Anderzijds hebben, en eene uitgave op slechts 500 afdruksels berekend, en de 25 jaar welke sedert het verschijnen van het boek zijn verloopen, van mijn roman eene soort van rariteit gemaakt, waarvan er des te meer wordt gesproken daar ze noodwendig bitter zelden kan worden gelezen. Mijn litterarisch belang staat eene teenemaal onveranderde heruitgave in den weg; mijn zedelijk belang belet mij er eenige wijziging aan toe te brengen, dewijl men deze tegen mij zou trachten uit te leggen; mijn politisch belang vereischt dat al wat op welken grond het dan ook zij, een oordeel heeft te vellen over mijn verleden, uitspraak kunne doen met volle kennis van zaken. In dit drijdubbel, zeer verscheiden en zelfs tegenovergesteld belang, zou er kunnen worden voorzien bij middel der oplossing, aangeduid in den Impartial de Bruges. Dat dus een protestant, een vrijdenker, zich de moeite getrooste het Huis van Wesenbeke te vertalen en, afstand doende van elk schrijversrecht, zal ik den vertaler met geene andere voorwaarde lastig vallen, dan dat hij geen ketter zij in de spraakkunde en getrouw blijve aan de gezonde litterarische overlevering.

Wat ik wil, Mijnheer, zij mij vergund hier nader te bepalen. Zoo een uwer achtbare opstellers MM. Arnould of Van Camp (ik rangschik die heeren volgens letterorde) zich met deze weinig aantrekkelijke taak wilde gelasten, zou ik hem grenzeloos dankbaar zijn wegens het offer dat hij mij zou brengen.

Als boekhandel-spekulatie zou mogelijk de zaak nog zoo hel slecht niet zijn. Het boekje, hoe weinig  het dan ook om ’t lijf hebbe, al het gerucht ingezien dat er rond deze mijne “jongelingszonde” is gemaakt geworden, zou naar allen schijn nog al vlot weg in den boekhandel worden geplaatst en wellicht zou de Précurseur, bij wiens redaktie mij dan eene eervolle gastrol zou te beurt vallen, het misschien niet onaardig wanen, het eerst en vooral als tabletten, aan zijne lezers op te disschen.

Daar ik noch de rechtzinnigheid der HH. Arnould en Van Camp betwijfel, noch hunnen litterarische waarde, noch bijgevolg de volle getrouwheid der vertaling, zal mijn deel winst bij hunne arbeid hierin bestaan, dat ik niet meer ter goeder trouw aansprakelijk zal blijven wegens de vormgebreken mijner “jongelingszonde”, – gebreken welke overigens meerendeels onder de pen van mijnen franschen vertaler zullen wegvallen – en, dat ik voortaan wat den grond der zaak zelven betreft, bij inzage der voorhanden zijnde stukken zal worden beoordeeld.

Wat zij die mijnen roman niet gelezen hebben er in vinden zullen, is vooreerst, en alle dogmatisch vraagstuk ter zijde gelaten, dat ik tijdens de XVIe eeuw, in mijn vaderland, met de Geuzen tegen de Spanjaards zou hebben gestreden, zooals ik in de XIXe eeuw, ware ik Mexikaan met de bandieten van Juarez zou te velde trekken; Napolitaan, met de tegenstanders der piëmonteesche binnenpalming; Romein, met de edele strijders van Castelfiardo, en zulks wel omdat ik aan geenen vreemdeling hoegenaamd het recht kan toekennen, zelfs onder het voorwendsel van beschaving en vrijmaking, zich aan een volk op te dringen dat hem weerstaat en verfoeit.

Wat zij er nog zullen in vinden, is, dat in 1840 de ondervinding welke België op dit oogenblik zelf aan de gang is met inoogsten, mij nog niet had dietsch gemaakt hoe de protestanten der XVIe eeuw even als de doktrinairs en zekere vrijdenkers onzer dagen, niemand anders dan zichzelven eenige vrijheid gunden en enkel de macht in handen zochten te krijgen om de zulken te vervolgen en te folteren wier echtvrije en fiere geest hunne stelsels niet aanhing en hunne aan matigingen niet gelaten wilde dulden.

In 1840 was ik een tegenstrever van elke aanwending der stoffelijke macht waar het enkel zedelijke belangen geldt, en overtuiging op ’t stuk der wijsbegeerte of godsdienst; een vijand van elke inkwisitie. Dat ben ik ook in 1865 en of het onze hedendaagsche inkwisiteurs, de doctrinairs en solidairs, al of niet moge bevallen, hoop ik met Gods bijstand het immer te blijven, verstokte zondaar die ik ben.

Gelief, Mijnheer, mij wegens den meer dan gewoonlijken en zeker meer den wettelijken omslag dezes briefs te verschoonen, en laat mij den hoop voeden dat ge niet zult weigeren dien op te nemen, te meer daar ik er niets in beoog dan een doel hetwelk gij even als ik moet wenschen te bereiken, het zoo spoedig en zoo getrouw mogelijk vertalen van het Huis van Wesenbeke.

In afwachting dat deze wensch vervuld worde, verzoek ik u, Mijnheer, de verzekering te aanvaarden mijner bijzondere achting.

J. DE LAET.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.