“Bukkend voor het lot”: Zelinde (1840), beeldgedicht en poëticaal strijdperk

Delacroix opheliaBij het herlezen van de briefwisseling Snellaert-De Laet in de editie van Ada Deprez werd ik opnieuw getroffen door de scherpe discussie over De Laets Zelinde.  Dit gedicht beschrijft een weesmeisje bij de rivier, overmand door verdriet om haar overleden familie. Een romance die op het eerste gezicht weinig om het lijf heeft, ware het niet dat het zelfmoordmotief in het slot de grenzen van het literair repertoire opzoekt. Het leidt tot een interessant debat over de functionaliteit van de letterkunde. Op de achtergrond speelt bovendien een merkwaardige driehoeksverhouding met een neoclassicistisch beeld van Jozef Geefs en een volksliedje dat minder Vlaams is dan op het eerste gezicht lijkt.

Lees verder

The milk and not the strong meat: Bits & pieces rond de receptie van Hendrik Conscience in Engeland en Amerika

Engelsen en Amerikanen lazen Conscience. Grasduinend door Google Books kom je af en toe sporen tegen van de receptie van Consciences Flemish tales in Engeland en Amerika (zie ook Octave Delepierre promotor van Conscience en de Vlaamse letterkunde in Engeland). Vier van die ‘faits divers’ wil ik hier volgen. Wellicht zeggen ze meer over de ontvangende literaturen dan over Conscience zelf. Toch lopen er een aantal rode draden door. Het centrale thema is de opkomst van een nieuw lezerspubliek. Twee items beschrijven negentiende eeuwse leeservaringen. Ze illustreren welke rol Consciences vertalingen kunnen innemen. Een kanaal bij uitstek om deze lezers te bereiken waren reeksen. Het is geen toeval dat Conscience in het buitenland vooral via reeksen als Lamberts Amusing Library of het New Yorkse  Dunigan’s Home Library zijn publiek bereikt. Dezelfde leeshonger, sterk aanwezig in Hugo Van Craenhove, roept maatschappelijke vragen op. Zo figureert Conscience in het Amerikaanse katholieke Brownson’s Quarterly Review als uitgangspunt voor een reflectie over de popularisering van kennis en onderwijs.

[Noot: Van dit stuk verscheen een herziene en uitgebreide versie in het Consciencenummer van de  Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde.

Lees verder

Sapientia (1840), een onbekend gedicht van Johan Alfried De Laet

In de zomer van 1840 stellen de Antwerpse letterkundigen een huldealbum samen ter gelegenheid van de Rubensfeesten. Van Johan Alfried De Laet vinden we er Sapientia in terug, een artistiek-poeticaal gedicht dat voortborduurt op een motto uit Goethes Faust. Net als in het verwante Aen een meisje dat zich op de beoefening der dichtkunst wilde toeleggen staat de moeilijke verhouding tussen het kunstenaarschap en het leven er centraal. Dit blijkt onder meer uit de ambivalente behandeling van het Prometheusmotief: de kunstenaar is tegelijk een goddelijke schepper en een verdoemde. Lees verder

Document: Oogslag op de Vlaemsche letterkunde en hare ontwikkeling (1845)

 

books-typesVanaf eind juni 1845 verschijnt in Het Handelsblad van Antwerpen een overzicht van de recente Vlaamse letterkunde, ontleend aan het Gentse blad Den Vaderlander. Het stuk is anoniem, gesigneerd X.X. Als auteur werd al Constant Serrure gesuggereerd. Een fragment eruit is reeds bekend in de Consciencestudie. Ik zocht de tekst op, omdat ik geïnteresseerd was in wat hij over De Laet wist te vertellen. Dat viel niet mee. Hij beschouwt De Laet reeds als een ex-schrijver, maar heeft wel waardering voor zijn werk voor het dagblad Vlaemsch-België. Voor de rest krijg je een ruim overzicht met een aantal interessante stilistische commentaren, vaak vanuit de classicistische traditie geformuleerd. Misschien is die niet altijd even diepgaand, maar ik vond hem voldoende interessant om on line te zetten, gezien hij wat moeilijker toegankelijk is.

Dit overzicht komt net voor dat van Delepierre (zie Onttoovering 18/08/11). Blijkbaar was er op dat ogenblik de behoefte om de Vlaamse letterkunde onder de aandacht te brengen en te legitimeren. Letterlijk wordt gezegd dat de letterkunde de voorhoede vormt van de algemene Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Doordat ze onafhankelijker is van de Franse cultuur, vormt ze een steviger basis voor de Belgische nationaliteit. Inhoudelijk is het een typische tekst van zijn tijd. De ontwikkeling van de literatuur is in eerste instantie een verhaal van participatie en opbouw van lezerspubliek. Ze moet dus vooral eenvoudig en volks zijn, ook het gevoel kunnen aanspreken. Een interessante passage vond ik het stuk over Ronsse waarin de auteur zijn te complexe intrige verweten wordt. Hij suggereert hem zakelijker te schrijven en minder dialogen te gebruiken. Naast de onvermijdelijke Conscience, viel mij vooral de grote waardering op voor de dichter Theodoor Van Ryswyck en de rehabilitatie van Behaegel. Schrijvers als Ledeganck en Van Duyse worden dan weer te intellectueel geacht. Net als bij Delepierre is er waardering voor Franstalige schrijvers als De Saint-Genois en Bogaerts die in het Vlaams beginnen schrijven. Opvallend naar het einde toe is ook het belang dat er aan gehecht wordt dat de Vlaamse letterkunde een volwaardig repertoire aankan. Lees verder

Octave Delepierre promotor van Conscience en de Vlaamse letterkunde in Engeland (1847)

In 1847 en de daarop volgende jaren bracht de pas naar Londen uitgeweken Delepierre Conscience en de Vlaamse letterkunde onder de aandacht van de Engelsen via een reeks anonieme bijdragen in het tijdschrift The Athenaeum. De identificatie van deze stukken in het Athenaeum Indexing Project geeft een zicht op de volledige reikwijdte van Delepierres artikels en laat ons toe de gekende gegevens  in een bredere contekst te plaatsen.

De vroegtijdig afgebroken artikelenreeks over de Vlaamse letterkunde is intrigerend omdat ze op een ogenblik dat Europa zich afvroeg of België haar onafhankelijkheid zou bewaren, – en wellicht wel net daarom – reeds een beeld trachtte te schetsen van de jonge Vlaams-Belgische letterkunde. Ze roept een aantal vragen op: Wat waren de uitgangspunten van Delepierre? Waarom besliste The Athenaeum om een beschrijving van een pas heroplevende en vaak niet in het Engels beschikbare letterkunde te publiceren? Wat was het beeld dat geschetst werd en op welke manier paste dat in de verwachtingen van het negentiende eeuwse Britse lezerspubliek? Lees verder

Heures de loisir (1829): het literaire debuut van Octave Delepierre

Naar aanleiding van het tweehonderd jarig jubileum van de Brugse Openbare Bibliotheek in 2004 maakte ik “Delepierre in Duplo”, een webquest naar Octave Delepierre, oud-bibliothecaris van de Brugse bibliotheek. Delepierres langdurige betrokkenheid met het Angelsaksische letterkundige leven maakte van de kosmopolitische Bruggeling een dankbaar onderwerp voor een “voyage autour de la bibliothèque” anno 2004.
In de Van Pelt Library (Universiteit van Pennsylvania) trof ik Heures de loisir aan, de Franstalige poëziebundel waarmee hij net voor de Belgische Revolutie debuteerde. Het gaat om jeugdverzen onder de invloed van de Frans-Britse romantiek. Een uniek stuk, dacht ik toen. Inmiddels vond ik een tweede, anoniem verschenen exemplaar in de Gentse universiteitsbibliotheek. Lees verder

JCJ Raabé vertaler van Vlaamse literatuur

De Laets Huis van Wesenbeke zou kort na verschijning drie keer naar het Duits vertaald zijn. Prosper Arents vermeldt vertalingen van

  • Edward Duller (Das Vaterland en zelfstandig 1843) en
  • Gotfried Overmann (Didascalia 1848, waaraan een tweede versie in de bijlage bij Der Bayerische Volksfreund 1849 toe te voegen is).

books-raabe

 

In Brockhaus’ Allgemeine Bibliographie für Deutschland (nr. 43. 28 oktober 1842) vond ik de aankondiging terug van de derde en vroegste vertaling van de hand van J.C.J. Raabé – voluit Johann Christian Justus -, een radicale uitgever uit Kassel die banden had met republikeinse kringen. Het is een notoire figuur die een zwervend bestaan leidde, dat hem onder meer in Amsterdam en Brussel bracht waar hij in contact kwam met de Vlaamse letterkunde. Lees verder

Lady Morgans The Princess (1835): een literaire getuige van Brugge

books princess1In 1835 publiceerde de Ierse schrijfster Lady Morgan The Princess; or The Beguine, een documentaire roman over de Belgische revolutie, waarvan een aantal hoofdstukken zich in en rond Brugge afspelen. Lady Morgan, voor haar huwelijk Sydney Owenson, was een Europees succesauteur die met nationale verhalen als The Wild Irish Girl (1806) de trend gezet had voor Walter-Scott. Ook haar politieke reisverhalen France (1817) en Italy (1821) bleven niet onbesproken. Ging haar populariteit al vrij snel aan het dalen, dan is de interesse voor haar werk de laatste jaren opnieuw gestegen, met name wat haar radicale standpunten inzake politiek en vrouwenemancipatie betreft. Die ingrediënten vinden we in The Princess eveneens terug. Deze merkwaardige roman vormt een mooie aanvulling op de rijke catalogus Brugse stadsbeelden die Fernand Bonneure reeds in Brugge beschreven verzamelde. Bovendien vallen er enkele zeer opmerkelijke passages te sprokkelen vanuit het oogpunt van de lokale geschiedenis. Lees verder